Osiris
.......Welkom op asmi-ikben.nl .... dank je wel voor je bezoek

Door aan het universum te vragen wat je wil, heb je de kans om duidelijkheid te krijgen over wat je wil. Zodra het voor jou duidelijk is, heb je gevraagd.
Het verre verleden van de mensheid is een groot mysterie; De huidige veelvoud van de literatuur die "de boodschappers der sterren" en het verschijnsel van de "reuzen" beschrijven is een teken dat we ons meer en meer gaan interesseren voor onze afkomst en bovendien voor de z.g. bovennatuurlijke of metafysische gaven van onze verre voorvaderen zoals deze worden beschreven in talrijke papyri, legenden, occulte geschriften en handschriften van oude historici.
We beginnen langzamerhand te geloven dat legende en werkelijkheid niet van elkander zijn te scheiden, dat soms zelfs een onbegrepen werkelijkheid tot legende wordt door de onwetendheid van de volgende generaties.
Ons ongeloof is ons tot een vloek geworden, ons rationalistische denken bracht ons vergetelheid en vooral onwetendheid omtrent metafysische begrippen en mogelijke verschijnselen die we niet kunnen beredeneren.

Voor de onschuldige lezer is het Nieuwe Testament een ver-slag van de gebeur-tenissen rond het leven van Christus en zijn leerlingen. Ons historisch tijdsbesef laat de jaartelling beginnen bij de geboorte van Christus, en toen Jozef en Maria met hun boreling naar Egypte vluchtten, was dat land al meer dan 300 jaar beur-telings onder Perzi-sche, Griekse en Romeinse heersers geweest. De Egyptische beschaving was voorbij.
Als echter inscripties op piramidewanden in het Egyptische Sakkara en teksten op papyrusrollen, daterend uit de 24ste tot de 21ste eeuw vóór onze jaartelling, melding maken van de onbevlekte ontvangenis, het verraad, de doornenkroon,  de kruisiging,  de wederopstanding  en de hemelvaart,  en dit alles  in verband met Osiris, wat dan?
De  Osiris-legende  zoals  we  die  gewoonlijk  vermeld  zien  is  een Griekse lezing, grotendeels afkomstig uit de geschriften van de schrijver en filosoof PLUTARCHUS (ca. 46- 120 n.C.), en is als volgt kort samen te vatten. Osiris is de eerste zoon van GEB, ook wel Seb genoemd, en NOET. Hij was van uitzonderlijke schoonheid, had een donkere huid en stak met zijn lichaamslengte ver uit boven alle mannen in het land. Toen zijn vader was gestorven volgde hij hem op als koning, en nam zijn zuster ISIS tot vrouw en koningin
Hij schafte het kannibalisme af, onderwees de nog halfwilde bevolking de eerste landbouwtechnieken, de rituelen voor de goden, en liet de eerste tempels en steden bouwen. Zo kreeg hij de naam Onnophris, 'de Goede'. Vervolgens ging hij op reis naar Azië en 'de gehele aarde', om de beschaving te verspreiden. Zijn zuster bleef achter als regentes. Na zijn terugkeer wordt er door zijn broer SETH een komplot tegen hem gesmeed. Osiris doet achteloos mee aan een wedstrijd en loopt daarmee in een val. Seth looft een prachtige kist uit aan diegene van de aanwezigen die er precies in past. Als Osiris dit probeert en er eenmaal in zit, doet Seth het deksel dicht en gooit de kist in zee.
Een treurende Isis vindt de kist met het lijk van Osiris in Byblos (Phoenicië), en brengt deze te rug naar Boeto in Egypte. Met haar zuster NEPHTYS samen zingt Isis een lied dat Osiris weer tot leven wekt, en zij verstopt hem in een moeras.
Seth komt dit echter te weten, doodt Osiris op nieuw. Alleen Seth had het lichaam in 14 stukken gesneden. Isis ging het hele land af om de stukken terug te vinden. Met Anoebis en Nephthys (zus van Isis en Osiris) lukte het haar en zet de macabere puzzel weer in elkaar. Samen met Anoebis mummificeert zij haar echtgenoot, die voortleeft als koning van het dodenrijk en werd hij Koning der Goden.
Volgens sommigen verwekte Isis in het moeras op het dode lichaam van Osiris de zoon HORUS, die later de moord op zijn vader wreekt door Seth te doden. Anderen houden het erop dat de verwekking mogelijk was doordat hij tot leven gewekt was.
Ook zou er van de veertien stukken één nooit teruggevonden zijn door Isis: het geslachtsorgaan. Als mummie werd Osiris echter ithyphallisch' afgebeeld, d.w.z. hij hield in de dood zijn verwekkende kracht: het leven handhaaft zich door de dood heen.
De Griekse mythologie bevat sterke verwantschappen met de Egyptische. Het is echter heel goed mogelijk dat de verhalen door Griekse aanpassingen veranderingen hebben ondergaan, die een aantal typisch Egyptische elementen onder tafel hebben geveegd.


De teksten uit de vijfde en zesde dynastie:
De in verband met Osiris interessante piramideteksten werden ontdekt op de wanden van piramides te Sakkara, uit de vijfde en zesde dynastie (ca. 2588-2263 v.C.) van de farao's OENAS, TETI, PEP I, MERENRE en PEPI II. Deze teksten worden ondersteund en aangevuld door vermeldingen op papyrusrollen van schrijvers zoals NOE, SENSENNEB, NEBENSI, ANI, AUFANKH, MESEMNETER, ANHAI, MOETHETEP en HOENEFER.
Hieronder zal op de wonderlijke parallellen tussen de teksten en het Nieuwe Testament worden ingegaan.
De onbevlekte ontvangenis Egyptologen gaan er doorgaans van uit dat Seb en Noet vier kinderen hadden, te weten Osiris, Set, Isis en Nephtys.
Een groot aantal teksten bevat echter gegevens die erop wijzen dat Osiris in tegenstelling tot zijn broer en zusters geen kind was van Seb, nóch van enige andere mannelijke inwoner van Amenti, maar van TOEM, ook wel Atoem genoemd.
Als godheid werd hij geassocieerd met Ra, de zonnegod.
Een tekst uit de Piramide van Pepi 1 zegt: 'Toem is de vader van Osiris die verwekt is toen de hemel niet geschapen was, toen de aarde niet geschapen was, toen de mensen niet geschapen waren, toen de goden - kosmische krachten - niet geboren waren en toen de dood niet geschapen was.'
In de piramide van Merenre staat: 'Wordt vlees gemaakt! zegt Toem, o gij die verwekt zijt in de ruimte en ontvangen in de afgrond!  Hef het hoofd, o buigzame Sycomoor van Noet, want de hemelen hebben gebaard en Hemel en Aarde - Sjoe en Tifnoet - houden een kind in hun handen. Hij komt tot u als een ster - Sah. Zo komt Osiris tot u!'
De Papyrus van Anhai vermeldt: 'Ik doe het binnendringen in het verborgene van de moederschoot voor het leven van het hart zegt Thot (de Heilige Geest).'
De piramideteksten bevatten de volgende invocatie:

'O Ra! Doordring het lichaam van Noet met het zaad van de Heilige Geest die in haar is.'  Toch nam Seb Osiris als zijn eigen kind aan, want: 'Het is Toem, de Vader, die de dienares, de vrouw van Seb, heeft gedwongen en voor zijn woord worden alle hoofden in vrees gebogen' (Papyrus van Noe).
Volgens de overlevering werd op het ogenblik van de geboorte van Osiris een stem in de hemel gehoord die sprak: 'Dit is mijn geliefde in wie ik voldoening vind.'
Op het moment van de geboorte van Osiris zou de ster Sept - de Sothis van de Grieken, dat is Alpha uit het sterrenbeeld de Grote Hond - stil zijn blijven staan in een vaste positie: 'De benen van Sept stonden stil en ik - Osiris - werd tijdens hun rust geboren.' Een interessante parallel met de ster van Bethlehem.

Het verraad en het avondmaal

Osiris werd door zijn eigen aanhangers verraden.
'Bevrijd Osiris van de bewakers die hij heeft aangewezen om hem te beschermen en zijn vijanden in bedwang te houden en die als slachters doden. Men kan aan hun greep niet ontsnappen!'
'Bevrijd Osiris van de bewakers die messen dragen om mee te doden en die wrede vingers hebben. Moge Osiris kunnen zegevieren over Seth en degenen die Seth 's nachts moeten bewaken!'
Het avondmaal dat aan zijn dood voorafging was zo wezenlijk verbonden met zijn lijdensweg dat zelfs in de verbasterde versies, die door de Grieken zoveel eeuwen later in hun legenden verwerkt werden de dood van Osiris na een avondmaal plaatshad.
'Osiris kende zijn uur en wist dat zijn levensperiode ten einde liep. Wat is dat dan? Het is de horizon van zijn Vader Toem. Als het zesde, zevende en achtste uur komt, roept Ra-Toem Osiris'.
Osiris is bang. 'Osiris heeft angst om in het donker te lopen uit vrees dat hij hen die omgekeerd - dood - zijn, ziet.'
'Zij, die zich van mij willen ontdoen en mij kwaad willen berokkenen zijn de zonen der duisternis.'
'Loochen Osiris niet, 0 God, want gij kent hem en hij kent u! Loochen Osiris niet, o Ra-Toem, want gij kent hem en hij kent u! Loochen Osiris niet, o Ra-Toem, opdat hij niet omkome! Loochen Osiris niet, o Thot! Opdat hij alleen kan rusten!'
'Ik ben uw heer. Komt en neemt uw plaatsen in mijn gelederen in. Ik ben de zoon van uw Heer en gij behoort mij toe via mijn goddelijke Vader die u heeft geschapen'.
'Ik heb niet gezondigd. Laat uw haat niet tegen mij losbarsten. Ik geef me over. Handel naar mijn bevel. Ruk mij het hart niet uit, want ik ben de Heer des Levens'.

De doornenkroon en de bespotting
Doornenkronen werden soms door vrome Egyptenaren gedragen ter nagedachtenis aan Osiris. Zo geeft een bas-reliëf in het museum van Wenen Osiris weer met de witte kroon op zijn hoofd terwijl hij de scepter en de gesel vasthoudt. Voor een kleine offertafel bevinden zich een man en twee vrouwen, de handen in aanbidding geheven. Alle drie dragen doornen-kronen in de vorm van een koepel.
De Witte kroon van Egypte had de vorm van een koepel. Ze was waarschijnlijk oorspronkelijk gemaakt van acaciatakken. De Egyptenaren kenden twee soorten acacia's: de shent met zwarte doornen en de aser, die meer gewaardeerd werd dan de andere en waarvan de doornen wit zijn. Deze twee acacia's maakten deel uit van de acht heilige houtsoorten die vermeld worden in de Papyrus van Leiden.
Zijn handen vastgebonden, het lichaam met bloed bevlekt, werd Ba-neb-Tatoe, de Heer Ram van het Kruis, naar de offerplaats geleid. Uit spot voor de verloren troon liet Seth hem een kroon dragen en een scepter vasthouden. Deze bespotting wordt later nog door Plutarchus vermeld in de fabel 'Meta maidias'.
Een piramidetekst luidt: 'Gij gaat naar hen toe in uw naam van spd.w - god der doornen - de gesel in de hand, uw scepter over de arm. Vijanden vallen op hun aangezicht voor u.'
'Ik ben gekomen en ik heb dit kwetsende voorwerp dat Osiris op het hoofd had, weggenomen. Ik heb de Atefkroon, de kroon van zijn vader, in de plaats van de voor de gelegenheid gemaakte Ureretkroon gesteld. Ik heb de smart van Osiris verzacht. Ik heb de steun voor zijn voeten vastgezet.'

De kruisiging

Voor de kruisiging van Osiris werd de sycomoor gebruikt, de Egyptische vijgeboom (Ficus sycomorus), waarvan het lichte grijsgele en onvergankelijke hout zeer geschikt is voor meubelen die men wil polijsten.
'Gegroet, o Sycomoorboom! De uiteinden van uw takken zijn afgehakt toen het lijden groot was.'
'O! keten mij niet aan uw kruishout van de dood! Sleep me niet voort tot de plaats waarde vijanden doden!'
'Dat mijn armen niet gekneveld worden! Dat mijn handen niet bedwongen worden!'
'Ik omarm de sycomoor, ik zelf ben verbonden met de sycomoor, en zijn armen hebben zich voor mij geopend.' 'Hulde aan u, o Sycomoor, Groot Kruishout, metgezel van de god. Uw borst raakt de schouder van Osiris.'
'Ik ben gekomen en ik heb speeksel op zijn verwondingen gedaan, ik heb zijn arm en zijn been verbonden.'

'Pepi komt tot u, Osiris Moge hij uw gezicht afvegen! Moge hij uw gezicht afvegen!... (viermaal herhaald).'
'Ik bevind mij achter het kruishout. Ik stop het bloedbad! Ik bescherm u, Osiris!'
'Kon ik maar bij Isis, de goddelijke vrouwe zijn, kon zij mij maar beschermen tegen hen die me kwaad willen doen! Dan niemand durve komen kijken naar het goddelijke Wezen dat naakt en weerloos is!'
Dit wezen is Osiris. Hij smeekt dat men het graf voor hem opent. De ogen van de goddelijke prins zijn neergeslagen. Hij geeft u uw deel aan waarheid en gerechtigheid naar de Beschikking omtrent de omstandigheden van de mens.'  'O, gij die de harten wegneemt! O, gij die de harten vernietigt en steelt! Neemt dit hart niet in uw vuist! Dit hart is van Osiris!'
'Een zwart en rood mes dringt binnen tot het verslindt wat het heeft gegrepen.'
'O, Osiris! Heeft hij u gedood omdat zijn hart hem had gezegd dat gij voor hem moest ster ven?'.
'Ik ben met hen die lijden en met de vrouwen die Osiris bewenen.'
'Gij die hier zijt, Isis, beween uw broeder; Gij die hier zijt, Nephtys, beween uw broeder. Isis zit neer, haar handen op haar hoofd.
'Ik ben met Horus, ik bewaak de linkerschouder van Osiris.'
De romp van de boom waarop Osiris ter dood werd gebracht werd tat genoemd, een woord dat terug te vinden is in de naam van de Egyptische stad Tatu.
De tat werd weergegeven als de romp van een boom of een verticaal stuk hout waardoorheen twee, soms drie, dunnere stukken hout horizontaal geplaatst waren.
Door de eeuwen heen bracht het volksgeloof de tat in verband met de wervelkolom of het heiligbeen van de overledene omdat Osiris op de tat was gestorven en zijn wervelkolom ontwricht was. De tat werd een religieus embleem; men begroef de overledenen dikwijls met een lat van verkleinde afmetingen, soms van goud. De soevereine prinsen in Tatu zijn Osiris, Isis, Nephtys en Heru-netch-hra-tef, ofwel Horus, wreker van zijn Vader. De nacht van de oprichting van de tat in Tatu betekent het opheffen van de arm en de schouder.'
Dit hoofdstuk zal worden gereciteerd voor een beeldje met een mensenhoofd, de handen ver van het lichaam gestrekt. Op zijn rechterschouder zult gij een ramskop plaatsenen evenzo op de linkerschouder. En op een stuk linnen zult gij het gezicht van de god tekenen met de goddelijke ziel in de geheven hand; Gij zult dit op het hart aanbrengen. Laat de ogen van geen enkel mens dit zien. Verberg u.'
Omgehakt en uitgehold fungeerde de stam van de sycomoor waarop Osiris was gestorven als lijkkist. Deze werd daarna naar de waterkant getrokken, in een boot geplaatst en overgeleverd aan de stroming. Toen de golven van de zee de boot op het strand neerzetten en het lichaam uit de kist werd genomen stond Osiris uit de dood op.
Dit maakte de sycomoor tot Boom des Levens, want het leven zegevierde op zijn stam over de dood. Zo wordt de tat in vignetten van talrijke papyri weergegeven, als het onderstuk van een boomstam waaruit het levensteken, een  kruis met erbovenop een ovaal dat het hoofd van de herrezen god symboliseert, zich verheft.

De wederopstanding
'O Osiris! Dit uur van de dageraad van de derde dag is gekomen als gij met de onvergankelijke sterren naar de hemel moet rijzen!'
'Moge Thot het licht aan zijn hart teruggeven!'
'Ik ben Thot die het Besluit verkondigt van de Dageraad, de Schepper van landen en volkeren. Ik ben degene die Osiris Un-nefer de zachte adem bracht, toen hij uit de schoot van haar die hem baarde, te voorschijn kwam. O, Osiris! Ik ben het, die iedere dag van uw leven over u gewaakt heeft. Ik ben Thot, uw goddelijke broer. Ik ben gekomen en ik breng u het Leven. Maat - vereenzelvigd met het leven - verenigt zich met uw borst, Osiris!'
'Ik ben de Allerhoogste, zoon van de Allerhoogste! Ik ben het Vuur, zoon van het Vuur! Rood als een vlam, eeuwig als Kheper, uw leven komt tot u, Osiris!'

'De Vlam nadert uw Wezen, o Osiris, Khent Amentet! De Vlam nadert uw Wezen, o Osiris, Khent Amentet! Hij plaatst zich op uw voorhoofd! Hij maakt zich aan u vast! Hij gaat uw borst binnen!'
'O, Heren van de Eeuwigheid, Gij die de Tijd beheerst! De Almachtige - Thot - van wie de woorden de ledematen zijn en die zijn hart zendt om in het lichaam van Osiris te wonen! Hij - Osiris - heeft de macht over zijn ledematen hervonden. Zijn hart gehoorzaamt hem. Hij heeft het in zijn macht: het is voor altijd in zijn lichaam en zal het nooit meer verlaten.'
'Zijn lichaamsvocht zit van binnen, onaangetast; zijn bloed zit van binnen, onaangetast; zijn adem zit van binnen, onaangetast.'
'Osiris is een hart dat klopt, zoon van het hart des Hemels - sjoe. Een wijd verbreid weerlicht! Wees gegroet, Uniek Wezen, zoals uw Vader u heeft
genoemd, verwekt vóór hemel en aarde werden gescheiden! Gegroet, 0 Ziel in zijn rode bloed!'
Gij plaatst uw hand op de aarde en zie, gij staat op!'

De hemelvaart
Osiris zou na de wederopstanding veertig dagen bij de zijnen op aarde hebben verbleven, hetgeen later bij het overlijden van iedere farao werd herdacht.
Zijn laatste menselijk contact bestond uit het overdragen van de kroon van de levenden aan zijn zoon Horus met de opdracht door de Touat, tot aan de grenzen van de aarde te gaan:
'Ik heb je voor de twee Leeuwengoden de nem meskroon gegeven, opdat je de hemelse weg kunt bereiken, opdat zij die in de Touat zijn, voor je strijden in hun gebieden en opdat zij die de uiteinden van de horizon bewonen, je zien en je ontvangen'.
Ik ben de Bennoe - de Fenix - die voortkomt uit God. Ik ben het bewijs waarvan de incarnatie mijn lichaam is. Ik ben in mijn land gekomen, ik ben in mijn steden gekomen. Wat is dat dan? Het is het licht van mijn Vader Toem. Ik ben bij de mijnen gekomen. Ik heb de grond van mijn provincies betreden. Zo ben ik bij mijn vader Toem totdat de laatste der dagen eindigt.
'O, Ra-Toem! Hier is uw zoon Osiris die Gij hebt doen leven en in leven hebt gehouden. Hij leeft! Hij is niet dood! Hij is niet ondergedompeld! Hij is niet geoordeeld! Hij beoordeelt!' '0 Ra-Toem! Uw zoon komt tot u! Laat hem zich verheffen en sluit hem in uw armen! Hij is de zoon van uw schoot in alle eeuwigheid!'
'O, Ra-Toem! In het diepste van uw verblijf dat in de hoogten des hemels is! Hij is ik en ik ben Hem en Ptah - de adem Gods - heeft de hemel met kristal bedekt. Ik ben uit de dood opgestaan. Ik breng mijzelf bijeen als de Fenix en ik maak van de breedte van de hemel een pad voor mijn schreden!'
'Osiris vliegt weg! Hij vliegt ver van ons vandaan als een vogel! Hij vliegt op als een valk! Hij tilt zijn lichaam op als een veer! Hij is bevrijd van de zwaartekracht die aan de aarde bindt. Hij beweegt zijn armen als een zwaan! Zijn vleugels klapperen als zeilen! O, Thot! Neem Osiris op uw vleugel naar het noorden van het Meer van Kha! Hef hem op met zijn lichaam en zijn kledingstuk, want hij is de zoon van Ra-Toem!'
'O Osiris! Gij komt tot in de hemel als Orion! (Sah). Gij stuurt uw ziel als Sothis - Sept-Sirius. Stijg op! Vlieg! Uw vleugels zijn die van een adelaar, Uw haren zijn de lichtstralen van een ster! Gij doorklieft de hemelen!'
'Osiris heeft ons verlaten! O, hemel! O,aarde! Ik zie u niet meer! Gij ziet mij!'
'Hij is gezeten op de grote Zetel naast God.'

Een sprong door de tijd
Bovengeciteerde teksten zijn bijeengebracht door MARTHE DE CHAMBRUN RUSPOLI, een boeiende persoonlijkheid die over een fabelachtige talenkennis beschikt, en als echtgenote van een diplomaat in de gelegenheid was zich in Noord-Afrika te ontwikkelen tot archeologe en egyptologe van groot formaat.
Het opvallende aan deze teksten is, dat ze duidelijk een andere functie hadden dan die uit het bekende Egyptische Dodenboek. Ze zijn afkomstig van uitverkorenen zoals de farao's, hun vertrouwenslieden en religieuze hoogwaardigheidsbekleders. De koning is nooit onderdanig, spreekt nooit in de eerste persoon, de Osiris-cultus is niet zo uitgesproken als in het Dodenboek, en de negatieve biecht' ontbreekt. Er heeft namelijk in de eerste tussenperiode' (2258-2134 v.C.) een volksrevolutie plaatsgevonden die van grote historische betekenis geweest is. De almachtige formules die destijds uitsluitend gereserveerd waren voor de koningen en hun hoogwaardigheidsbekleders, als ingewijden, waren voortaan in het bezit van het hele volk. De papyrus van Leiden', vertaald en gepubliceerd in 1909 door GARDINER, geeft een duidelijke impressie van deze revolutie waarin de poorten van de mysteriën met geweld werden opengebroken. De magie raakt alom verbreid, de geheimen van de farao's worden ontwijd, en de riten van Osiris worden in het openbaar gecelebreerd. De gehele bevolking nam er aan deel.
In de daaropvolgende religieuze smeltkroes raakten de lotgevallen van Osiris wellicht vermengd met andere verhalen en populaire volksgebruiken.

Hoe het ook zij, opeens duikt in het jaar nul een man op, wiens levensloop op essentiële punten gelijkenissen vertoont met Osiris. Natuurlijk kan men tegenwerpen: er zijn ook belangrijke verschillen. Opvallend mag echter heten dat de overeenkomsten vooral betrekking hebben op zeer belangrijke keerpunten in het leven van Christus en Osiris.
Waarnaar verwijzen die overeenkomsten? Welk geheim bevatten beide levensverhalen?
Wat voor oerthema zit er verstopt in een onbevlekte ontvangenis, het verraad, een doornenkroon, een kruisiging, een wederopstanding en een hemelvaart? Wat, als het levensverhaal van Christus al lang voor zijn geboorte bestond? Tal van vragen die, naast wetenschappelijke middelen, ook onbevangen dichterlijkheid, mythologische gevoeligheid en speelsheid nodig maken om ze te beantwoorden.

PROF. MR. DR. G. MEULEMAN 
Literatuur en documentatie:
De Chambrun Ruspoli, Marthe, L 'épervier divin, ed. Mont-Blanc, Genève 1969.
Homet, Marcel, A la poursuite des dieux solaires, ed. E.P. Denoël, Paris 1972.
Kolpaktchy, Grégoire, Livre des morts des anciens Egyptiens, Omnium littéraire, Paris 1973. Lacarrière, Jacques, En suivant les Dieux, ed. La combe, Canada 1984.
De verschillende onderdelen van het Osirisverhaal zijn op de volgende plaatsen in de Evangeliën terug te vinden:
a. de onbevlekte ontvangenis in Mattheüs 1:18-25 en Lucas 1:35;
b. het verraad in Mattheüs 26:14-16, Marcus 14:10 11, Lucas 22:47-49 en Johannes 13:21-32;
c. de doornenkroon in Mattheüs 27:27-31 en Mar cus 15:16-20;
d. de kruisiging in Mattheüs 27:32-38, Marcus 15:23-27, Lucas 23:33-34 en Johannes 19:17-22;
e. de wederopstanding in Mattheüs 28:1-8, Marcus 16:1-8; Lucas 24:1-8 en Johannes 20:1-10;
f. de hemelvaart in Lucas 24:50-53.
De geciteerde piramide- en papyrusteksten zijn afkomstig uit de volgende bronnen:
Piramide van Merenre, cd. Maspero 1882, regel(s)
97/98, 785.
Textes des Pyramides, ed. Mercer 1952, regel(s) 1b,
54, 324, 431, 451, 463, 481, 561, 578, 820/821,
853/854, 964, 990a, 1084, 1281, 1485, 1874.
Piramide van Teti, cd. Maspero, 170, 211/213, 214.
Piramide van Oenas, cd. Maspero, regel(s) 419,
463/465, 497.
Piramide van Oenas, ed. Kurt Sethe, regels 160/167.
Piramide van Pepi, ed. Kurt Sethe, II.
Piramide van Neterikere, ed. Jéquier, 773.
Papyrus van Anhai, plaat 2b, blad II 7.
Papyrus van Noe, hoofdstuk XXV, XL, XLVII,
LXIV, LXXVII, LXXVIII, LXXXII, CII, CXXX,
CXXXVII.
Papyrus van Auf-ankh, hoofdstuk XLV b, CLXV.
Papyrus van Nebseni, hoofdstuk XVII, XVIII,
LXIV.
Papyrus van Ani, hoofdstuk 1, XVII, XXVII,
XXVIII, XLIII.
Papyrus van Hunefer, hoofdstuk XVII.
Papyrus van Parijs, hoofdstuk CLXXX.
Papyrus van Kerasher, hoofdstuk IV-9.
Papyrus van Muthetep, hoofdstuk CLXXXII.
Lepsius, Alteste Texte.

klik hier voor actuele informatie
ASMI-Ik Ben is een onderdeel van Applaudite BV



Over ons
We communicate via internet more and more now-a-days.
So we would like to thank Applaudite for helping us with our online identity.
If you have any concerns please read our disclaimer, or contact us.
Home                Wie zijn wij                Coaching          Behandelmethode     Zin en Onzin      Cursussen    Vragen          Sitemap      
                                      
Share |
Contact  |  Colofon  |  E-mail |  © 2017 Asmi-Ikben  |  DisclaimerHelp