DUIZEND JAAR
Jouw schoonheid is steeds bewonderd,
door mij en vele anderen, al zo lang,
jouw ogen wat donker, diepliggend,
dicht bij elkaar als een tweeling,
jouw handen vol streling, beroering
en betovering voor velen om te dromen,
jouw benen gebruind, lang en slank,
op sterke voeten die weelde dragen,
jouw billen zacht, fris, aantrekkelijk
om eeuwig te wrijven voor opwinding,
jouw wangen gekleurd, glimlachend,
zo gaaf voor de koesterende warmte,
jouw armen slank, zo uitnodigend
om een verliefd lijf te omsluiten,
jouw gedachten zo opvallend wisselend,
voor inspirerende gesprekken met inhoud,
jouw geduld, waarlijk onwezenlijk groot
om ooit de stap resoluut te zetten,
jouw belangstelling met ruime blik,
voor gesprekken vol afwisseling,
jouw discussies inspirerend levendig,
door briljante, onnavolgbare ingevingen,
jouw stuwingen, zo heftig merkbaar,
als stimulerende, sensuele ontladingen,
jouw blikken, uitdagend en ondeugend,
vol opwaarderende gevoelens en extase,
jouw gesprekken, zo intens spraakmakend,
met humorvolle, uitnodigende wenken.
Dat al maakt jou ontwapenend,
open, vrij, wat eerlijk en vertrouwd,
als de ultieme schoonheid vol licht,
dat voelt als een duizendjarige droom,
waarin ik wil blijven, heel mijn leven.
Dromen ..., elke dag van schoonheid,
die jou kroont tot keizerin van liefde,
maar ik weet dromen eindigen nooit
en keizerrijken zullen vergaan,
nu jij voorgoed bent heengegaan.
Jan van Wijk