Het is tamelijk cynisch.
Volgens mij heeft het fascisme - vooral de nazi's - voor ontzettend veel mensen het idee verwoest dat er ook maar iets mogelijk was vanuit positief denken. De overwinning op de nazi's was een Pyrrusoverwinning en ongelooflijk veel van hun ideeën worden vandaag in praktijk gebracht. De tragiek is dat iemand die goed wil zijn de perfectie nooit haalt, terwijl iemand die slecht is aardig in de buurt van het perfecte kwaad kan komen. Als je streeft naar perfectie kun je dus beter heel slecht dan heel goed zijn. Hier ligt ook de handicap voor het holisme van het new-age denken. Mensen zijn bang dat de vage slogans en de focus op het gevaar van het ondermijnen van de natuur onherroepelijk weer naar die weg leiden.' We komen uit bij Adam en Eva en de eeuwige strijd tussen goed en kwaad. Een conflict waarmee de westerse beschaving ondanks alle materiële vooruitgang weinig is opgeschoten. Misschien heeft het streven om de wereld in te richten het morele dilemma slechts verscherpt. De keuze van andere samenlevingen houdt het Westen in dat opzicht een spiegel voor. Freek de Jonge vertelt over de aboriginals die hun wereld schilderen om elkaar uit te leggen hoe het land eruit ziet. De moderne wereld heeft deze 'landkaarten' inmiddels als kunst ontdekt. En met die ontdekking kwamen handelaren. Een van hen bezocht onlangs weer een groep aboriginals in een uithoek van Australië om kaarten aan te kopen. Het was een warme dag en de handelaar pakte een steen op uit het gras en ging daarop zitten onder een boom. Het gesprek werd gevoerd, waarna de handelaar in zijn auto stapte en wegreed. In zijn spiegel zag hij nog juist hoe een van de aboriginals de steen oppakte en teruglegde op de plaats waar hij vandaan kwam. `Fantastisch toch? Dat geeft precies onze ontwikkeling aan. Wij zijn zo hoogmoedig geworden. Ik bedoel, die steen staat natuurlijk voor oorlogen, voor bossen wegvagen, bergen afgraven. We hebben gigantisch ingegrepen, maar met welk doel? Is het doel dat op iedere vierkante centimeter van de wereld straks een mens moet staan? We zijn bezig levens te verlengen, we sluiten allerlei doodsoorzaken uit om meer mensen op de wereld te houden. Als je de steen laat liggen, is het doel van het leven heel simpel. Dan zijn ruimte en tijd onzin. De steen die tien miljoen jaar op dezelfde plaats heeft gelegen, blijft daar liggen als plaatsbepaling. Mensen hebben de steen laten liggen voor degenen die na hen leefden. Iemand die uit de dood zou terugkomen, zou zijn weg weer kunnen vinden. Als de steen op zijn plaats ligt, is dat een objectieve waarheid. Zodra je hem verplaatst, krijg je conflicten - terugleggen of niet, op de juiste plaats of niet? En de mens raakt zijn eigen plaats kwijt. De nakomelingen weten niet meer waar de voorouders zijn geweest. Omdat wij zijn begonnen stenen te verplaatsen, hebben wij een boekenkast vol met geschiedenisboeken. De Verlichting heeft ons de illusie gegeven dat het denken zou triomferen, dat dat ons heil zou brengen. Het gevolg is geweest dat de mens steeds meer op zichzelf is komen te staan. Maar het individualisme is een volstrekt doodlopende weg. De mens wordt alleen maar eenzamer. Je wordt bang dat je iemand tegenkomt die kritiek op je zou kunnen hebben. Dus ga je echte communicatie uit de weg. Er ontstaat een soort stupide consensusgedrag.Iedereen heeft zijn ei¬gen problematiek heilig verklaard. Die houding uit zich ook in een fatalistische visie op de toekomst: het gaat eindigen, maar het prettige is dat `ik' met mijn dood de hele wereld meeneem. Dat is natuurlijk het toppunt van individualisme. Met mij eindigt het, want hoe kan het zonder mij verdergaan? Daarom werkt iedereen ook zo hard. Iedereen maakt zich onmisbaar. Vandaar die idiotie met al die telefoons.'
Welke remedie bestaat er nog tegen het allesoverheersende en alles verdelende ego? Met het verplaatsen van de steen, heeft de mens zich losgemaakt van de schepping. De natuur werd een leverancier van de cultuur. En de lijm die die beide elementen bijeenhield- de religie-laat steeds meer los. `Bij godsdienst hoort het besef dat je het leefbaar moet houden. Datje ervoor zorgt dat er binnen
je omgeving geen conflict uitbreekt dat de collectieve overleving bedreigt. Godsdienst doet dat via rituelen en offers. Het offer is een relativering van de materie - en van jezelf - en dat hebben we simpelweg geëlimineerd. Wij kunnen helemaal niet meer offeren. Het is geen kunst om als je duizend gulden per week verdient, vijf gilden aan de kankerbestrijding te geven. Offeren: dat is Abraham die die berg oploopt om zijn zoon Isaac te offeren. Offeren is een moment datje wordt gedwongen jezelf wezenlijke vragen te stellen, maar wij worden tegenwoordig ontmoedigd in het stellen van zulke vragen. Wat heeft het voor nut om moeilijk te doen, heet dat. Vroeger zat je op zondag in de kerk een uurtje bij elkaar. Arm en rijk. Die beleving was voor de gemeenschap heel belangrijk. Dat gevoel is verplaatst naar de voetbalstadions. Daar zie je de godsdienstige patronen terugkomen met Van Hanegem en Kieft die naar de aarde zijn gestuurd om ons uit te leggen hoe het in elkaar zit.. Hetzelfde is dat de supporters één zijn in de beleving van het spel, maar dat zij zich als tegenstanders opstellen. De Ajax-supporters roepen: "PSV dood!" Maar ze denken er niet over na tegen wie Ajax moet spelen als PSV inderdaad dood is. Daarom is het zo belangrijk om gemeenschappelijk voor iets vaags - zoals godsdienst - te zijn. Als je gemeenschappelijk aan iets concreets gaat denken, leidt dat altijd tot fanatisme. Het tragische van het christendom is dat de kerk toen hij onder druk kwam te staan en de mensen riepen "God bestaat niet" zich ook met aardse zaken is gaan bemoeien. In plaats van verticaal ging de kerk horizontaal aan de slag. Dan kom je op een gegeven moment in het sociale werk en dat past juist niet. Je ziet het gebeuren bij de EO op zondagmorgen. Daar zit dan een meisje - een prachtig, onschuldig meisje aan wie iedere Dutroux in ons land zich zou vergrijpen - en die zegt dat zij een persoonlijke relatie met God heeft, dat hij haar vriend is en dat zij daar Jezus niet bij nodig heeft. En dan komt de presentator - ook zo'n man die het weet - met een stuitend, harteloos verhaal en je ziet dat meisje helemaal raar wegtrekken in haar gezicht. Voor die man is de theorie belangrijker dan de praktijk. Liefdeloos en zo volkomen zielloos en zonder inhoud. Het concept van iets buiten onszelf stellen - God bijvoorbeeld - is gewoon achterhaald. Dat geldt evenzeer voor de Indiase goeroes. Er moet iets radicaals gebeuren om ons te doen beseffen dat we meer zijn dan ons ego. Zoals mensen nu tot de ontdekking komen dat een telefoon niet alleen een apparaat is waarmee je met elkaar kunt praten, maar ook een leiding waaree je nog veel meer kunt doen. Er moet iets in ons bewustzijn komen dat het ego - dat volkomen onhanteerbare gedeelte van jezelf datje leven het meest bepaalt en waarover je het minst hebt te zeggen - ondergeschikt en onbelangrijk maakt. Misschien een ander inzicht. Misschien de ontdekking van een andere beschaving in het heelal. Dat is de "redding" die in sciencefictionfilms wordt gesuggereerd. Een beschaving waarmee we een nieuwe oplossing vinden of waarmee we de strijd aangaan. Op deze wijze maakt de mens zichzelf snel overbodig op deze planeet. Hij maakt zijn eigen leven onmogelijk en dat komt waarschijnlijk omdat hij a1 zijn natuurlijke vijanden heeft uitgeroeid. De enige vijand die hij nog heeft, is hijzelf. En daar verliest hij van. De mens moet kapot, omdat hij superieur is. Het kan niet anders, anders gaat de rest eraan. Zo is het met de dinosaurus ook gegaan. Er moeten altijd dingen verdwijnen. En de dinosaurus `dacht' - zoals de mens nu - dat de wereld verging. Maar dat was niet zo. De wereld vergaat natuurlijk nooit. Degenen die hier ooit weer goed zullen functioneren, zullen geen mensen zijn. Tenminste niet mensen met ons soort beperkt denken.'
`Ik vind dat ik trouw moet zijn aan mijn roeping. Het is krankzinnig dat dat in onze tijd gepaard gaat met hele merkwaardige, afgeleide dingen als cd's, video's en televisieshows. In mijn hart heb ik toch ergens het idee dat ik die roeping zou moeten vervullen zonder dat daarmee geld is gemoeid. Het is in zeker opzicht belachelijk dat ik rijk word van de dingen die ik zeg. Het is paradoxaal, ik wil juist een andere nadruk leggen.'